Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Peter. Ten laatste was ze te verbaasd om nog langer boos te zijn.

„Hij is toch een vlegel," bromde ze. „Wat hij wil, dat kan hij. Hij moet langs de politie en mij zijn heengegaan, zonder dat wij hem hebben gezien. Ik heb altijd gezegd, dat er wat bizonders schuilt in dien jongen. Hij wordt nog eens inspecteur, dat zie ik er van komen. En dan heeft hij de politie te commanderen." Ze lachte vrolijk. Het was een geluk, dat de agent haar nu niet zag. Hij zou wel hebben moeten vragen: „Lacht u me soms uit?"

De grote gouden wijzers op de zwarte wijzerplaat draaiden maar door. In de Dirklangedwarsstraat leek het altijd, of die wijzers zich vreselijk haastten; zó was het er nog half vijf en zó sloeg de klok zes uur. Er gebeurde ook altijd zo veel. Deze middag vochten er drie jongens met elkaar en één van hen kreeg een stomp tegen zijn neus, dat het bloed op de straat stroomde. En mensen en kinderen kregen nauwelijks tijd om daarover te praten, want Freek van Vervaart, den schoenmaker, werd voor het eerst naar buiten gebracht in zijn rolstoel. Drie liefdadige dames hadden die aan Freek cadeau gegeven en nu waren ze zelf gekomen om hem te proberen. De schoenmaker, met zijn schootsvel voor en zijn zwarte pekhanden, bleef wel een kwartier lang in de deur naar zijn ongelukkigen jongen staan kijken. Een paar grote meisjes wandelden met haar kleine zusjes; een van haar liet warempel zo'n schaapje vallen. Wat een gehuil gaf dat van klein en groot en wat een belangstelling was er voor het tweetal! En onder dat alles door speelden de kleine meisjes op de stoepen en draafden de kleine jongens de straat op en neer en deden de groteren al hun best om de vrede aan alle kanten te verstoren! En plotseling was het zes uur

Sluiten