Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en even plotseling hadden alle kinderen honger. Het scheelde weinig, of je kon de magen horen rammelen!

Ja, in zo'n drukke, volle straat gaat de tijd heel gauw. Maar op een klein binnenplaatsje, waar een jongen heel in zijn eentje zit tussen wat zakken en tonnen en ijzeren vaten — daar kruipen de minuten. Peter had een halve zak met boontjes leeggeschoten; hij had met zijn voeten uitgemeten, hoe groot de oppervlakte van het plaatsje was; hij had geprobeerd op zijn hoofd te staan en dat ging al aardig, maar alles verveelde hem zo gauw. Hij had met beide handen op de deur gebonsd en hard om hulp geroepen. Niemand scheen hem gehoord te hebben. Hij had verlangend gekeken naar het vierkante zolderraampje daar boven zijn hoofd en geprobeerd, daar weer naar toe te klimmen. Het was hem niet gelukt. Nu de klok eindelijk zes uren sloeg, begon hij te denken, dat hij de hele nacht hier op het binnenplaatsje zou moeten blijven. De kruidenier kwam vandaag vast niet in zijn pakhuis en hij was blijkbaar niet bang voor regen op zijn bonen. Over een paar uur zou het donker worden. Tegen die tijd gingen de zusjes naar bed, maar ze zouden op het plaatsje niets kunnen zien door al de zwarte schaduwen, die daar vielen. Als Peter heel hard riep, zouden ze tegen elkaar zeggen: „Hoor je die kinderen van Van der Velde weer? Die moeten altijd schreeuwen als ze naar bed gaan." Ze zouden er niet over prakkizeren, dat Peter daar beneden kon zitten.

Moeder zou vreselijk boos zijn. Misschien ging ze wel naar de politie om op te geven, dat haar zoontje Peter vermist was. En de politie zou er op uit gaan met honden. Maar honden konden niet langs een regenpijp klimmen en dus zouden ze Peter's spoor nooit vinden. Vast ging moeder

Sluiten