Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vader. Jó, we mogen wel gauw weggaan, want dadelijk komt Jan, de knecht, en die zou je wel eens een lelijk pak ransel kunnen geven, omdat je zo met de bonen gemorst hebt."

Ze bracht Peter door het lange, smalle pakhuis heen naar buiten. Peter liep zo langzaam als hij maar kon. Hij vond een pakhuis fijn en dit was al bizonder goed volgestopt. Wat een kisten en vaten en manden! Om daar eens verstoppertje achter te kunnen spelen!

„Heb je hier lang gezeten?" vroeg Fien.

„Van vier uur af," zei Peter zo onverschillig mogelijk.

„Wat een tijd!" riep Fien. „Gelukkig, dat ik van vader moest gaan kijken, of de zaak wel op slot was. Je had wel een dag en een nacht van je vacantie kunnen verliezen. Nou is het nóg twee uur." Daarna rekende ze uit: „Nu heb ik twee uur langer vacantie gehad dan jij!"

„O, die haal ik wel weer in," blufte Peter. „Dan sta ik morgen doodgewoon twee uur vroeger op."

„Als je mag van je moeder," vulde Fien aan.

„Natuurlijk mag ik dat," zei Peter, „ik mag alles wat ik wil."

„Fijn voor jou. Mijn moeder zou kwaad zijn, als ik zo laat thuis kwam en zo lang weg was gebleven."

Dat was Peter's moeder ook. Peter was ervan overtuigd, dat hij zijn appel verspeeld had en misschien ook nog wel de kaas op zijn boterham.

Het avontuur van Fien en Peter - 2

Sluiten