Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar ?" Moeder zette haar handen in haar zij om eens goed te luisteren; het was haar nog altijd een raadsel, hoe die Peter uit het huis was gekomen. En niet alleen moeder was vol belangstelling: alle zusjes en broertjes keken met grote ogen naar Peter. Die kon dan ook niet nalaten om een prachtig verhaal te maken van zijn vlucht.

„Nou, toen die agent om me kwam — dat weet u nog wel — toen dacht ik: Neen, agentje, je snapt me niet. Ik holde alle trappen op, toen naar het zolderraam, als de wind daar door en langs de regenpijp naar beneden naar het plaatsje van

Brans. Was dat nu niet eenvoudig ?

„Langs de regenpijp!" riep moeder uit. „Als zulke rakkers toch geen engelbewaarder hadden..."

Op de gang klonken zware stappen, maar behalve Peter, die er zijn oren op spitste, hoorde niemand die. Vaders stem klonk dan ook bijna onverwacht: „Ik heb overal gevraagd, maar ze hebben hem ner...."

Opeens zag hij Peter.

Van klets, klats, klandere, deden vaders harde handen...

Sluiten