Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ondeugende bengel," schold hij, „waar ben jij geweest ?"

„Hij is langs de regenpijp naar de plaats van Brans geklommen," riepen zes stemmen tegelijk.

In werkelijkheid was de vader van Peter niet zo bijster groot van gestalte, maar de manier, waarop hij liep en zijn handen gebruikte, maakte, dat iedereen dat vergat. Zo ook nu. Zijn arm leek te groeien, terwijl hij die uitstrekte, en het was een geweldige hand, die Peter met kracht in zijn kraag greep en van zijn stoel tilde.

„Nee, vader, nee, ik zal het nooit meer doen," huilde Peter. Het mocht niet baten. Van klets, klats, klandere, deden vaders harde handen op zekere plaats van Peter s gescheurde broek. En toen het daar zo gloeide, dat Peter dacht, het de hele vacantie te zullen voelen, volgde het korte bevel: „Mars, naar je bed!"

Peter veegde met de rug van zijn hand zijn tranen af. Hij durfde niet te zeggen, dat hij nog niet had gegeten, en met een lege maag trok hij af.

Dat was wat anders, dan vragen om mee naar de

veiling te mogen gaan!

Dat kamertje van Peter onder de trap was haast niet meer dan een kast. Er was zelfs niet het kleinste raampje in en het rook er naar appels en uien en kool uit de winkel. Daar had Peter geen hinder van, hij vond het juist een lekkere lucht. Het was er altijd zo goed als donker in het kamertje en daarom had Peter ook nu geen moeite om net te doen, of het nacht was. Hij trok één, twee, drie zijn kleren uit, knielde een paar minuten voor zijn stoel om zijn avondgebed te bidden en schoot toen onder de dekens. Door een kier van de deur viel nog een smal streepje licht. Peter keerde er zijn rug naar toe, boorde zijn harde jongenshoofd diep in zijn kussen en — sliep in. Zelfs zijn lege maag

Sluiten