Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uithouden. Toen hij zijn moeder weer eens langs had zien lopen, gleed hij uit zijn bed en sloop stilletjes naar de keuken.

Daar zat vader zelf aan de witgeschuurde tafel zijn morgenboterham te eten!

„Hé, wat kom jij hier doen ?" vroeg hij. Hij zag er nu helemaal niet angstwekkend uit. Hij leek zo klein en zijn gezicht was zo vriendelijk en zijn handen lagen zo echt rustig op zijn knieën. Peter ging naar zijn vader toe en pakte verlegen de leuning van de stoel beet.

„Ik heb zo'n honger, vader," zei hij.

Wat lachte vader daarom! Hij lachte zo hard, dat het echode in het stille huis.

„Daar is maar één remedie voor, jongen," zei hij ten laatste. Hij brak zijn dikke dubbele boterham in tweeën en gaf Peter de helft ervan. Die zette er zijn scherpe witte tanden in. Wat smaakte dat fijn!

Eer Peter de boterham goed en wel op had, zat hij gezellig naast vader op een stoel. Hij lachte en knipoogde en deed, of vader ook een ondeugende jongen was. Ten laatste fleemde hij: „Vader, toe, laat mij met u meegaan naar de veiling."

Vader schudde zijn hoofd. „Geen sprake van! Jij bent me veel te nieuwsgierig daar!"

Peter hield aan. „Ik kan u toch helpen!"

„Jij kunt alleen maar appels stelen en dat doe ik nooit."

„Ik zal echt niets wegpakken," beloofde Peter grif. „En ik kan de manden voor u dragen!"

„O, ik ben sterk genoeg om dat zelf te doen," lachte vader.

„Ik kan voor Tony zorgen!" Tony was het magere paardje, dat voor vaders groentewagen stond.

Sluiten