Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zo'n groot hotel, een huis met wel dertig ramen, was de kar maar heel klein. Peter moest zijn hoofd in zijn nek gooien om de bovenste rij ramen te kunnen zien. Hij dacht: Zouden er nu allemaal vreemde mensen in dat hotel slapen ? Zouden ze weten, dat het veiling was vanmorgen, of zouden ze alleen maar denken, dat in deze stad de voerlui allemaal voor dag en dauw opstonden ? Het zag er toch uit, of er daarbinnen geen mens was. Toen werd opeens op de tweede verdieping een raam opengemaakt, er kwam een man naar buiten leunen en hij riep iets. Peter kon hem niet verstaan. Het geluid kwam zo onverwachts.

Met een ruk hield vader Tony in. Hij liet zich van de bok glijden en maakte de leidsels vast aan de haak voor aan de wagen. Hij leek te vergeten, dat Peter die wel even voor hem kon vasthouden.... Ja, hij leek wel helemaal te vergeten, dat hij Peter bij zich had. Hij liep naar het hotel toe, zonder een woord tegen zijn zoontje te zeggen. Peter zag hem door de mahoniehouten draaideur verdwijnen. Zou er iemand de hele nacht opgezeten hebben bij die deur? dacht hij nog. Toen voelde hij zich opeens verschrikkelijk eenzaam. Tony stond onbeweeglijk, als uit hout gesneden, met zijn magere, stokkige poten en zijn rug, waarop de ribben te tellen waren. Hij keek zelfs niet om, toen Peter van de bok af klom en naar zijn kop toeliep, om het tuig bij zijn bek vast te houden. Alsof het dier ergens van schrikken kon bij deze stilte! En alsof die oude Tony ooit op hol zou slaan!

Het werd nu toch drukker op de gracht. Er kwamen andere karren. Peter zag vrachtwagens vol groenten passeren. Hij werd er onrustig van. Vader bleef zo lang weg! Straks waren de beste groenten verkocht, eer hij op de veiling kwam! Hij dacht er juist over, of hij het zou durven

Sluiten