Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem ?" Daar viel hem opeens iets in. Het was een gedachte, die hem een kleur deed krijgen van plezier. Misschien had die hond wel heel geen baas! Misschien was zijn baas doodgegaan en liep hij nu af te wachten, of iemand anders zich over hem ontfermen wilde. Och, die arme, kleine hond! Die vriendelijke hond! Gans alleen op de wereld!

Peter bukte zich over het hondje en pakte het in zijn armen.

„Wat zou je ervan zeggen, om met mij mee te gaan?" vroeg hij. ,,Ik woon in een fijne winkel en die staat in een gezellige straat. Wat zou je ervan zeggen om 's nachts onder de trap te slapen en om overdag de helft van mijn brood te krijgen?"

,,Wef, waf, woef," kefte het hondje vrolijk.

„Daar heb jij wel zin in, hè?" vroeg Peter. „Wij zullen het best samen kunnen vinden. Een beteren baas dan mij vind je nergens. Hoe heet je? Tommie?"

„Woef," antwoordde de hond.

„Het lijkt wel wat op Tony," zei Peter nadenkend, „maar we zullen niet in de war raken. Wat zou je ervan denken, Tommie, als wij samen eens wat stoeiden ?"

„Woef, woef," blafte de hond.

„Ssst," fluisterde Peter. Hij zag de deur van het hotel bewegen. Straks zou vader naar buiten komen. Het was de vraag, of vader ook zo ingenomen zou zijn met de nieuwe vriend. Hij zou wel zeggen: „Zet neer die hond en klim als de wind op de kar. We zijn toch al laat voor de veiling." Ach ja, vader moest aan de zaak denken. Hij had geen tijd voor een arm zwervend hondje!

„Ssst," deed Peter weer. Toen schoof hij het hondje haastig in een lege mand. Met zijn verstandige ronde oogjes keek het dier hem aan, of het zeggen wou: „Ik heb je begrepen, mannetje. Je kunt op mij rekenen. Ik zal zo stil

Sluiten