Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. FIEN KRIJGT EEN GEHEIM

Vader had goed naar zijn zin kunnen kopen, al was hij wat laat op de veiling aangekomen. Nu was het zaak, om alle lege manden en kisten van de wagen af te zetten en er de volle voor in de plaats te brengen. Nieuwe aardappelen en andijvie, uien en worteltjes, sla en komkommer en kool, van alles werd er door de veilingknechts en de tuinders aangebracht. Peter gooide met veel beweging de oude manden van de wagen. Hij klom op de spaken van de wielen, hij riep manhaftig van: hola, pas op, en van: een, twee, drie — het leek er warempel op, of vader zonder hem vast niet klaar zou gekomen zijn.

En vader lette helemaal niet op zijn zoontje. Hij werkte maar stijf en strak door. Het leek wel, of het hem goed deed om die zware manden met aardappelen op te tillen en met een smak op de wagen te zetten. Hij keek daarbij zo boos, dat Peter dacht: O, goede hemel, ik zal maar niets van Tommie zeggen! Ik geloof, dat vader hem dood knijpen zou als hij hem vond. Onder de bedrijven door wist hij de hond handig uit de mand te lichten. Hij schoof hem tussen de manden met wortelen in en hij schikte haastig het lof wat over hem heen.

Die Tommie liet alles maar met zich doen. Telkens als

Sluiten