Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor een herberg staan, die vader wenkte. En het leek wel dezelfde man, die deze morgen uit het raam had gehangen en naar vader had geroepen. Hij had een mager, geel gezicht en hoge schouders. Peter vergiste zich niet. Wat was hij klein! Vader stak wel een hoofd boven hem uit. Ja, vader was veel flinker dan die vriend van hem. Toch leek die vriend wel alles over hem te zeggen te hebben. Hij noodde vader mee naar binnen. En: „Laat den jongen ook maar even meekomen," zei hij.

Vader leek alweer boos.

„De jongen kan wel buiten blijven," zei hij. _ ^

„Neen, neen, hij zal evengoed dorst hebben als jij, merkte de vreemdeling op.

„Alla dan maar," bromde vader.

Peter vond het wel gewichtig, met de mannen mee naar binnen te gaan. Hij had altijd gedacht, dat er wonder wat te zien zou zijn in een herberg. Maar nu hij in de kleine gelagkamer kwam, viel het hem toch tegen. Er stonden niet meer dan een stuk of vijf tafeltjes, met gele stoelen er omheen, zoals de meester die had op school. Achterin, in het halfdonker, was het buffet. Daar zag hij ook een paar kranen blinken. Boven het buffet was een soort balustrade uitgebouwd. Er stonden daar ook een paar tafeltjes. Naast het buffet voerde een smalle trap omhoog. De kleine man liep regelrecht op de trap toe.

Vader keerde zich eerst nog naar Peter. ,,Jij blijft hier zitten," beval hij. Tegen de juffrouw, die aan kwam lopen, bromde hij: „Voor den jongen melk."

„Melk," bromde Peter. Hij griezelde van melk ergens anders dan bij zijn moeder thuis. Maar toen de juffrouw hem een lekker koud glas bracht, viel het hem toch mee. Zijn maag was alweer rammelend leeg en hij slokte het voedzame vocht met graagte naar binnen. De juffrouw

Sluiten