Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O, ik wou zo graag eens vroeg opstaan, omdat het vacantie is," zei Fien.

,,En het is nog donker!" riep moeder uit. Ze stuurde Fien terug naar boven. Over vijf minuten zou vader komen kijken, of zij weer goed en wel in bed lag. Of vader werkelijk geweest was, wist Fien niet. Toen ze zich uitgekleed had en in het holletje van haar bed kroop, sliep ze dadelijk weer in. Het was, of ze de nacht weer opnieuw begon. Om zeven uur hoorde ze de wekker op de kamer van de zusjes niet. Ze werd pas om half acht geroepen en toen moest ze zich nog haasten om op tijd in de kerk te zijn. En terwijl ze vlug haar boterhammen naar binnen slikte, bromde moeder nog op haar, omdat ze vannacht zo van die Fien was geschrokken!

Bij Fien thuis ging het niet zo levendig toe als bij Peter. De zusjes van Fien waren alle drie ouder dan zij. De een was veertien, de andere zeventien en de oudste negentien jaar. Zulke jongedames hielden zich kalm. Die riepen en schreeuwden niet en ze draafden niet heen en weer van de kamer naar de winkel. Ze konden wel hun jongste zusje plagen. Ja, daar hadden ze zo'n handje van, dat moeder dikwijls zei: ,,Laat dat kind toch eens met rust!" Deze eerste vacantiemorgen liet moeder gewoon toe, dat Lettavan-veertien plagend zong: „Luilak, slaapzak, zonder verdriet!" Ze vond zeker, dat Fien wel wat verdiend had voor haar vroege spoken!

Nu was Tina, de oudste, vast boven op de slaapkamers aan het werk en Gerrie was naar haar kantoor. Maar Letta zou in de kleine hal achter de tussendeur naar de winkel zitten lezen. Daar zat ze altijd zo graag. Ze zou natuurlijk opkijken als Fien binnenkwam en ze zou vragen: „Hé, wat heb jij daar in je schort?" Ze zou gillen, als ze het hondje zag. Ze was even bang van dieren als moeder.

Sluiten