Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deden ze en ze zaten er schrijlings bovenop. Aan de andere kant van de muur groeide het gras wel een voet hoog. Daar konden ze zich veilig naar beneden laten glijden.

Achter die muur hielden de jongens altijd hun vergaderingen. Mensen storen deden ze niet, de protestantse kerk werd alleen op Zondag gebruikt. De oude koster was gelukkig doof. Soms joeg de kostersvrouw hen op. Dan leek het wel, of de kleine dikke vrouw krijgertje speelde met de jongens. Want ze gaf hun geen tijd om over de muur te klimmen en dus moest ze de hele troep voor zich uit naar het hek drijven. Voor die vrouw hadden de jongens toch respect. Eens had ze Joop Martens in het turfhok gejaagd en hem daar een halve dag in laten zitten. Joop z'n moeder was daar vreselijk boos om geweest. Ze had er zelfs de politie over aangesproken. Maar de vrouw van den koster was niet verlegen geweest voor den strengen politieman.

,,Die jongen?" vroeg ze. ,,Ja, hij schijnt aardig lang in dat turfhok gezeten te hebben. Dacht u, dat ik hem erin had opgesloten ? Weineen. Ik draai altijd die sleutel om als ik langs kom. Mijn man is nogal vergeetachtig en ik moet toch waken over de turf van de kerk. Wat deed die jongen in mijn hok?"

„Tja," zei de agent. Het was een agent met een snor en hij had dat snorretje eens opgekruld. „Tja," herhaalde hij, „zo'n jongen moest bij zijn moeder blijven."

Als de jongens genoeg hadden van Joop, riepen ze na die tijd: „Jopie, je moet bij je moeder blijven."

Vandaag zaten de jongens blijkbaar naar Jopie te verlangen. Er ging een hoeraatje op, toen zijn hoofd boven de muur verscheen. En geen wonder! Want achter Jopie's hoofd verscheen de gele ragebol van Peter. Op Peter was de wacht. Peter moest de hopman worden van de nieuwe padvindersclub.

Sluiten