Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tante reed langzaam. Ze kon bepaald niet geloven, dat Fien andere plannen had.

„Mijn schort is zo vuil," verzuchtte Fien.

„Vin je het erg ?" Tante Fien kon haar oren niet geloven. Ze had altijd gedacht, dat haar nichtje nogal onverschillig was op het punt van schone schorten! „Vooruit, kom hier!" Daar greep tante het schort uit Fien's hand en frommelde het in haar fietstas. „Eén, twee, drie," telde ze. Wat kon Fien doen ? Wip, daar zat ze op de lastdrager. „Oef, jij wordt zwaar," riep tante Fien. Ringeldering, ging haar bel, omdat daar vlak voor haar die jongens zo breed-uit over de weg liepen.

„Hééé!" riep Peter zijn nieuwe vriendin achterna.

„Daar ontvoeren ze onze squaw," zei hij tegen de jongens.

Die gaven daar niet veel om. Ze hadden dat vreemde kind er liever niet bij dan wel!

Altijd was het prettig, om bij tante Fien achterop te zitten. Ze kon zo lekker hard rijden. Ze stoof langs de weg. En altijd had ze er malle verhalen bij.

„Jij bent een blinde passagier," zei ze nu. „Ja, als ik in mijn vacantie naar Indië wil, moet ik natuurlijk met een vliegmachine gaan. Gelukkig, dat je die dingetjes tegenwoordig zo goedkoop bij Collewijn kan krijgen."

Collewijn was een speelgoedzaak. Het was de enige winkel in de stad, waar Fien dolgraag voor het raam keek.

„De vraag is maar, of ik benzine genoeg zal hebben met zo'n zware extra-last erbij," hijgde tante. „Stel je voor, dat we samen in zee rollen."

Ze reed juist met Fien over de tweede brug van het kanaal.

„We moesten maar in Genua dalen," besloot ze.

Sluiten