Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

avondjes houden. Avondjes? Nu ja, middagen! Het was daar toch altijd een beetje schemerig!

Tante Fien antwoordde: ,,Ik moet een boodschap doen bij mevrouw de Ronde."

„O hemel," zuchtte Fien.

,,Vind je haar niet aardig ?"

„O, jawel!" Fien had niets tegen mevrouwde Ronde. Maar ze had een hekel aan boodschappen, waarbij je niet in een winkel hoefde. Tante zou wel een hele tijd blijven praten en zij zou zich doodvervelen. Ze zag 'n arme, magere hond dicht langs de huizen sluipen. Die zou ik nu mee moeten kunnen nemen, dacht ze. Ze fleemde: ,,Psst, psst."

„Jakkes, roep je die vieze hond?" vroeg tante.

„Hij heeft honger," antwoordde Fien.

Het huis van mevrouw de Ronde was nog ouderwets. Het had twee grote, stijve ramen en een brede deur aan de voorkant, het stond achter een klein tuintje, waar een verbazend groot ijzeren hek om was gezet. En het had nog een zware trekbel, waar Fien speciaal graag aan trok. Dat klonk zo gezellig van rinkeldebom.

Boem, boem, boem, ging de bel vanmorgen dof.

„Wat is dat nu?" vroeg tante verbaasd. „Die bel lijkt wel met goed omwonden. Als mevrouw de Ronde maar niet ziek is!"

„Dan kunnen we onze boodschap niet doen, wel, tante?"

„Allicht niet." Tante wachtte in spanning. Zij hield veel van de aardige oude mevrouw.

Neen, het was mevrouw zelf, die opendeed. Ze hield de deur op een kiertje. Fien zag haar ene oog schitteren — toen trok ze de deur wijder open en ze riep:,,Ha,Fien, daar doe je goed aan!"

Sluiten