Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die werden buitgemaakt in moeders keuken. Ja, die ochtend zochten heel wat moeders tevergeefs naar hun aardappelmesje!

Later moest Tommie weer eten hebben. Wat at zo'n klein hondje? Brood? Er was wel brood in de stal van Tony. Had het niet veel liever een flink been ? Dat moest dan buitgemaakt worden bij den slager en dat zou niet zo eenvoudig zijn. Maar het gebeurde toch. Het brood kwam er en het been kwam er. De jongens zaten met hun achten op de grond om toe te zien, hóé Tommie dat feestmaal zou verorberen. Later moest Tommie buiten lopen. Hij was nu veroverd op de vijand. Hij was de lievelingshond van den generaal van de vijand. Daarom moest hij goed weggestopt blijven. Hij mocht niet boven aan de weg komen. Maar Tommie, de brave, kleine Tommie, die nog zo kort geleden Troeletje heette, zag kans om te ontsnappen. Hij stoof keffend tussen het struikgewas. Wat een feest! Wie zou het diertje weer vangen ? Liet het zich wel eens vangen? De kleine Tommie werd zó opgejaagd, dat hij van angst haast ongrijpbaar werd. Hij kefte en hij beet. Het was Peter zelf, die hem te pakken kreeg en hem gerust poogde te stellen. Wat ging dat kleine hartje te keer onder de vacht! Toch sprong Tommie om Peter heen, toen hij weer binnen de muren van het huisje losgelaten werd. Hij vond het prettig bij de jongens!

Ook tot onder aan de Vest drong het geluid door van de grote oude toren, toen die met brommerige stem kwam vertellen — in twaalf plechtige slagen — dat de eerste vacantiemorgen om was.

Twaalf uur! Middagetenstijd! De jongens van de nieuwe padvinderstroep voelden hun magen rammelen. Ze vergaten hun spel. Ze klommen gewoon tegen de wal op en ze draafden terug naar de Dirklange-

Sluiten