Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waterkant te zitten. Ha, weer eens fijn daar heen en weer te hollen! En mét Tommie.

Freek had Tommie goed bewaard. Zijn vader was buiten gekomen. Hij had stil naast hem gestaan met zijn pekhanden half onder zijn schort, zoals dat zijn gewoonte was — en hij had niets van Tommie gezien. Dat brave diertje! Dat zoete diertje! Het had geen vin verroerd. Het kwam pas met zijn snuitje boven het zeil, toen Peter riep: „Tommie, Tommietje!"

„Wij gaan naar de rietlanden," zei Peter tegen Freek.

Freek wist, waar de rietlanden waren. Hij had ze nog nooit gezien. Maar iedere avond liet hij zich door zijn zusje uitleggen, wat de jongens bedoelden met alle woorden en namen.

„Gaan jullie rietfluitjes maken?" vroeg hij.

„Misschien gaan we Tommie wel leren zwemmen."

„Ik wou, dat ik meekon,"

„Dat zul je zien," zei Freek.

Sluiten