Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en schoenen en op Tommie, die ze wel weer eens kwijt wilden zijn óók. Er kwam een oude heer langs met een witte baard — hij leek veel op een schoolopziener. Die had de meeste schik in de kinderen. Hij had de achterzak van zijn broek vol repen chocolade zitten. Wat een oude heer om te ontmoeten op een vrije middag! Hij had vooral schik in Freek. „Zo hoort het," zei hij, „jij moet ook meedoen." Hij pakte zijn zak voor Freek uit en Freek kon chocola uitdelen.

„Nou, jij mag nóg eens mee," zei Peter, terwijl hij genoeglijk kauwde.

De middag vloog om. Iedere vacantiemiddag is twee keer zo gauw om als een schoolmiddag. Ja, als je daar over ging denken, dan kwam je nog tot het besluit, dat er acht vacantieweken moesten zijn in plaats van vier!

In de Dirklangedwarsstraat reed een auto. Dat was zo'n wonder niet. Het was de auto van dokter Geertsema; die kwam daar van tijd tot tijd. De meeste kinderen kenden hem. Ze hadden allemaal wel eens mazelen gehad. Bij Freek van den schoenmaker kwam de dokter zo eens in de veertien dagen. Ditmaal bracht hij hem een extra-visite. Hij wilde eens weten, hoe dat zieken wagentje den jongen wel beviel. Hij meende feitelijk, dat hij alleen maar even door de straat had te rijden om dat te weten te komen. De zon scheen immers zo prachtig. Natuurlijk zou die Freek daar glorieus in het zonnetje zitten. Ja, dat kon hij niet, toen hij alle dagen in bed moest blijven. De dokter lachte achter zijn stuur. Hij hield van Freek. Hij vond het jammer, dat de jongen ziek was.

Daar was hij bij het huisje van den schoenmaker. Wat drommel, die Freek was er niet! De dokter stopte en stapte zijn wagen uit. Dat deed hij altijd met bizondere

Sluiten