Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hebben jullie oneen Freek niet gezient" vroeg hij.

Hij liep de straat op. Nog altijd had hij de spanriem in zijn hand en misschien ontweken de jongens hem daarom een beetje. Hij kon alleen een paar kleine meisjes te pakken krijgen.

„Hebben jullie onzen Freek niet gezien?" vroeg hij.

„In zijn ziekenwagentje?" vroegen de meisjes heel nauwkeurig.

„Ja, in zijn ziekenwagentje."

„Neen, dien hebben wij niet gezien," antwoordden de meisjes.

De schoenmaker belde aan bij de buren. Overal zong hij zijn zelfde liedje. „Hebben jullie Freek gezien? Onzen Freek in zijn ziekenwagentje?"

Sluiten