Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Eén is genoeg," zei moeder bars. „Jullie krijgt vanavond een appel bij je boterham.

Zo ontdekte Peter, dat zijn moeder geen geld had om boter te kopen. Want hij begreep best, dat zij aan zijn kleine zusjes geen droge boterhammen zou geven, als ze de centen uit haar schortzak kon halen voor een pakje margarine. E)ie avond ontdekte hij ook, dat zijn moeder vast niet veel appelen verkocht. Vader mopperde: „Een appel voor ieder van die kinderen?"

„Ze liggen anders immers toch maar te verrotten,' zei moeder wat korzelig. Nu, appels, die je verkocht, hadden van het rotten geen last!

Peter werd er stil van. Hij was zo groots op de zaak. De beste groentekelder van de hele stad! En had zijn vader niet overal klanten! Hij bedacht een plannetje: Morgen zou hij eens rondgaan en aan de klanten vragen of ze geen appelen wilden kopen. Fijne Amerikaanse appelen! Met rode wangen, niet te zuur en niet te zoet. De heerlijkste appelen, die je je maar bedenken kon! Dat vrolijkte hem weer op. Hij beet dubbel zo graag in zijn appel.

Hij keek ook eens schuins naar vader. Neen, met hem zou hij nog maar niet over zijn plan beginnen. Het was al mooi, dat vader niets vroeg over het hondje! Dat was nu vast weg. Jammer. Maar wie weet, liep het wel naar het hol op de Vest. Waarom niet ? Honden hadden een fijne neus en dat kleine ding had schik gehad in het huisje. Daar lag ook nog zijn halve bout. Wel ja, het zou wel naar de Vest toe zijn. Na het eten zou Peter dadelijk die kant uitgaan om te kijken.

Na het eten ? Niets daarvan. Moeder zocht tussen de kranten naar het parochieblad.

„Is het geen Antoniuslof vanavond ?" vroeg ze. Ze

Sluiten