Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging met haar vinger alle diensten langs. „Ja, daar staat het : Lof ter ere van Sint Antonius. Dan moeten de groten daar vanavond maar eens heen om te bidden om uitkomst in een moeilijke zaak!"

Peter verzuchtte: „Hè, moeder, ik wou nu juist "

> Jij^ hebt niets te willen. Op tijd moet je willen bidden," zei moeder streng. „Wat moet er van je terecht komen, als je nooit eens tijd hebt om te bidden ? Neem liever een voorbeeld aan je vader. Die werkt van de ochtend tot de avond voor jullie. Van hem hoor je nooit ik-wou-nu-juist. . . . Hierzo, je krijgt mijn kerkboek mee en dan bid je netjes de litanie van den heiligen Antonius. En dat gebed: Wilt gij mirakelen zien, het wenen, kermen, zuchten, de duivelen, pest, de dood, de ketterij zien vluchten " Moeder kende het hele gebed uit haar hoofd.

Peter luisterde verbaasd. Hij begreep er niets van en hij vond het jammer, dat moeder dit niet bad bij het avondgebed. Hij zou dan nu maar weer eerst naar de kerk gaan. Met het kerkboek gewrongen in zijn broekzak wilde hij weglopen. Dat ging ook al niet. Hij moest op zijn zusjes wachten. Met vijven tegelijk moesten ze naar de kerk gaan. Met vijven tegelijk moesten ze voor het Antoniusaltaar knielen. Ja, die heilige Antonius moest denken: Wat hebben we daar nu ? Horen al die kinderen bij elkaar ? En dan zou hij zeker verrast luisteren naar dat gezamenlijk gebed.

,, Waarvoor moeten we dan bidden, moeder ?" vroeg Peter.

„Dat weet de heilige Antonius wel," zei moeder.

Op straat liep Peter een eindje achter zijn zusjes. Het was alles goed en wel, maar hij hield niet van zo'n karavaan. Die meisjes hadden ook altijd zo wat te praten. Nu maakten ze nog een vreselijke drukte over het feit, dat

Sluiten