Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de dokter die middag Freek van den schoenmaker niet thuis had getroffen. Was dat zo gek ? Zou één dokter ooit Peter van den groenteboer thuis treffen? Weineen!

Dan zou hij zeker eerst een briefje moeten sturen, waarin duidelijk stond: „Peter, ik kom morgenmiddag tussen drie en vier uur eens zien, hoe je het maakt! Welke dokter kwam er nu zo maar dood-onverwacht ? Het hele huis kon wel overhoop liggen en de zieke kon

uit wandelen zijn! . .

„En kwaad dat die dokter was!" zeiden de meisjes. De schoenmaker was ook kwaad geweest. Daarom was nu het hondje weg! Zo ging het altijd! Hoe dikwijls kreeg op school de verkeerde jongen niet een standje? Kon Peter het helpen, dat de dokter voor niets gekomen was? En het hondje was toch van hém geweest! Hij had

het 't eerste gevonden!

Peter was heel het radiobericht alweer vergeten. Hij kon niet anders aan Tommie denken dan als aan zijn eigen hondje. Hij speurde aan alle kanten de straat af om te zien, of hij soms iets van Tommie zag!

Daar waren ze al bij de kerk. De meisjes bleven op de stoep staan om op hem te wachten. Die brave kinderen deden natuurlijk weer precies wat hun moeder gezegd had. Allemaal tegelijk in de kerk komen, hoor! Allemaal tegelijk bidden. Ja, Peter wilde best bidden voor zijn moeder, maar hij was niet in de rechte stemming om braaf te zijn.

Juist toen hij de treden van de kerkstoep opsloite, hoorde hij in de straat hollen. Dat ging, man, of er brand was. Schel riep een stem: „Peter, Peter! Peter keek om. Daar had je warempel die Fien uit de kruidenierswinkel. Nog een meisje meer! Het leek wel een schooltje!

„Vooruit, de kerk in," zei Peter kwaad. Hij kneep

Sluiten