Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De priester kwam op het altaar en Ons Heer werd uitgesteld. Boven op het koor begonnen de zangers te zingen.

Peter lette er niet op. Hij was verdiept in de litanie. ,,Parel der armoede, gesel der ketters, schrik der ongelovigen, trooster der bedroefden, vrees der duivelen, siddering der hel. Her gever van verloren zaken...." Zou moeder soms haar portemonnaie verloren hebben ? Dat wilde ze dan vast voor vader en de kinderen niet weten. Nou, een strop was het. „Hergever van verloren zaken, bid voor ons," bad Peter opnieuw. „Niet alleen voor de portemonnaie, maar ook voor Tommie," bad hij er achter.

Na het lof kwam Peter van Fien niet af. Ze liep gewoon met hem op, of ze bij hem hoorde. Op de zusjes lette ze niet. Ze vroeg dadelijk: „Zeg, hebben jullie fijn gespeeld ?" Ze vertelde, dat ze die middag met haar moeder mee naar de dierentuin in Rotterdam geweest was. „Anders was ik vast bij je gekomen," zei ze. „Zeg, en waar hebben jullie het hondje voor de nacht gelaten?"

Als Peter op die vraag bedacht was geweest, zou hij intijds een smoesje hebben verzonnen. Nu flapte hij er ondoordacht uit: „Tommie is weggelopen!"

„Weggelopen? Helemaal weg? Jö, en het was niet eens ons eigen hondje!" Fien stond van schrik stil midden op straat.

„O, was het soms mijn hondje niet?" vroeg Peter kwaad. „Had ik het niet gevonden ?"

„Watje gevonden hebt is toch niet van jou!" zei Fien. Dat wist ze nu maar opeens te zeggen zo. En met betrekking tot Tommie had ze er de hele dag zó nog niet over gedacht!

„Het is het hondje van mevrouw Baars," zei ze vlug.

Sluiten