Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik moest maar alle dagen met jou uit kunnen gaan," zei moeder.

„O, maar ik ga best ook wel eens graag alleen, moeder," verzekerde Fien. Ze vlaste op een ochtend met haar nieuwen vriend even erg als op een middagje met moeder naar de dierentuin!

Daar ging ze naar de kerk, jolig en wel. Ze floot zelfs op de trap.

„Die Fien van ons is toch net een jongen," zei vader.

Peter vond haar allesbehalve een jongen. Ze had nu een lichtblauwe jurk aan en een donkere muts op. Peter vond, dat zij er deftig uitzag en deftigheid paste helemaal niet in zijn plannen.

„Ik denk niet, dat ik je mee kan nemen," zei hij na de heilige Mis.

„Hè, waarom niet?" vroeg Fien teleurgesteld. „Je hebt het me beloofd, Peter."

„Jij hebt't uit jezelf gezegd," zo verbeterde Peter haar.

„Maar jij zei toch, dat het goed was. En ik ben jullie akela."

„Je kunt niet meegaan, want je kunt je niet vermommen," hield Peter vol.

„Ver...Fien verstond het niet goed.

„Vermommen," herhaalde Peter. Hij had het woord eens gelezen in een van zijn schoolboeken en het altijd onthouden.

„Moeten we detective spelen ?" vroeg Fien.

„Bedoel je van de politie?" Peter schudde het hoofd. „Neen, daar houd ik niet van. Ik wilde net doen, of ik een woonwagenjongen was, begrijp je. Dan hing ik een zak over mijn schouder en ik ging aan alle huizen het oude brood vragen."

Sluiten