Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Geef me een centje, asjeblieft, of een boterham," riep hij.

Het meisje klapte het luikje dicht en deed de deur niet open. Toen schopte Peter schandalig tegen de verf.

„Lelijke gierige tang," riep hij.

O, Fien kreeg er een kleur van.

Ze wilde nu telkens de kleine steegjes in. Peter begon te begrijpen waarom! „Nou, jij bent er ook een," zei hij. „Waarom ga je dan mee, als je eigenlijk niet durft ?"

„Ik durf best," zei Fien. „Ik vind het alleen gek, zo midden in de stad."

„Als we hier aan alle huizen aanbelden. ..." begon Peter.

„Dan werden we opgepakt door de politie," verzon Fien. „We zouden natuurlijk naar een tuchtschool gestuurd worden, want kinderen mogen niet bedelen."

Daar had Peter helemaal niet over gedacht.

„Zullen we dan maar eerst verder lopen?" stelde hij nu zelf voor.

Ze kwamen langs het grote hotel met de draaideur en de vele ramen. Ze liepen zelfs helemaal door tot aan de veiling. Maar nergens zagen ze Tommie. De zakken bleven ook leeg. Pas bij het huis naast de veiling durfde Fien eindelijk mee-bedelen. Ze stond heel verlegen met haar zak wijd open, terwijl Peter het woord voerde. Een oude juffrouw had de deur opengedaan. Ze luisterde verbaasd naar zijn verhaal.

„We hebben zoveel honden," zei Peter. Hij haalde eens diep adem. Hoeveel honden zouden ze wel niet hebben, als ze alle straathonden van de stad bij elkaar haalden? Twintig al gauw!

„Wel twintig," zei hij. „Die arme dieren vergaan

Sluiten