Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fien kleurde ervan. Ze wist niet, wat te antwoorden. Peter zei dadelijk: „Ja, mevrouw, maar in de winter gaan we ook naar school."

„In de winter alleen ?" vroeg de mevrouw.

„Ja, als het te koud is om buiten te lopen," verzekerde Peter haar.

Wat kan jij verschrikkelijk liegen, dacht Fien. Ze vergiste zich toch. Peter loog niet; hij speelde alleen een spelletje.

„Wat komen jullie hier doen?" vroeg de mevrouw.

Fien zorgde, dat ze Peter voor was. Ze wou niet, dat hij tegen die aardige oude dame ook zo jokte over zijn twintig honden.

„We willen zo graag het afval hebben van het eten, mevrouw," zei ze beleefd.

Peter viel haar bij: „Ja, als we onze zakken niet vol hebben vanavond, krijgen we slaag van vader. Hij slaat ons bont en blauw. En dan moeten we onder de wagen slapen in plaats van op ons bed!"

De dame lachte! Zij had in de gaten, dat Peter maar wat verzon!

„Ik geloof, dat jij een rakker bent," zei ze. Ze riep toch haar dienstmeisje. In de keuken kreeg Fien een handvol oud brood en twee perziken, een voor haar en een voor Peter. Ze zei heel hartelijk: „Dank u wel, mevrouw," toen ze weer langs de dame terugliep naar de weg. De mevrouw keek de twee kinderen na. Misschien dacht ze wel: Ik weet nog niet, of dat wel woonwagenkinderen zijn.

Bij de volgende villa liep Fien voorop. „Het gaat veel beter, als je mij een beetje laat praten," zei ze tegen Peter. Peter geloofde haar niet, maar hij liet haar toch aanbellen.

„Hoor!" zei hij. Daarbinnen kefte een hondje. En

Sluiten