Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX. DE ENIGE MAN IN HUIS

Het werd een dolle jacht op het hondje. Peter meende telkens, dat hij 't had. Keer op keer bukte hij onder 't lopen en grepen zijn handen om 't wegschietende hondenlijfje. Maar telkens glibberde dat glad onder hem weg; kef, kef, kef, deed Tommie nijdig. Hij had wat geleerd in deze drie dagen! Mevrouw Baars zou haar gehoorzame, stille hondje niet meer terugkennen!

Maar eindelijk liet Fien zich pardoes boven op het beest vallen. Het ging helemaal per ongeluk. Zij struikelde over een boomwortel. Of misschien ook wel over haar eigen flappende rok. Toen viel ze in haar volle lengte, ze sloeg haar armen uit en daar had ze Tommie. Die jankte. Vast vond hij Fien zwaar. En Fien zelf schreeuwde opgewonden: „Peter, de zak; stop hem in de zak!" Daar ging Tommie boven op de korsten brood en de resten aardappelen.

De kinderen moesten nu nodig even rusten. Vooral Fien was toch zo moe! Onder het hollen achter Tommie had ze nog wel schik gehad, maar nu was haar pret ineens over. Het leek wel, of het zonnetje van plezier achter een grote wolk was verdwenen, een wolk van angst nog wel.

Sluiten