Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Met de knoet. Die maak ik, ook van touwen." Fien knoopte al ijverig stukken touw aan elkaar.

„Waar moeten we dan heen ?" vroeg Alida.

„Naar Siberië natuurlijk," zei Fien ongeduldig.

„Ik vind het niets geen leuk spelletje," zei Alida. Sophietje zag er uit, of ze wilde gaan huilen uit angst

voor de knoet.

Nu kreeg Fien toch zin om iets te spelen. Ze wilde niet de hele middag stil met deze twee wichten in het pakhuis staan. Dat leek wel straf in plaats van vacantie.

„Zullen we buitenlandse reis spelen?" vroeg ze wat vriendelijker.

„Hoe is dat?"

„Ik zal het voordoen," zei Fien. „Wegaan n berg beklimmen. Ik ben de gids. En jullie bent de vreemdelingen. Jullie bent bang." Nu, dat kwam goed uit. „We binden ons met touwen aan elkaar. Dan gaan we eerst over die kisten klimmen." De tweelingen keken heel belangstellend, ze gingen blijkbaar liever op een buitenlandse reis dan naar Siberië. Fien klom over de kisten en sprong er met een vaartje af. „Dan gaan we op die zakken." Dat durfden de tweelingen blijkbaar ook nog. „En dan moeten we naar de top." Fien trok zich eerst op aan de onderkant van de zolderladder. Dat deed ze zo dikwijls. Ze kon het heel handig. Toen klom ze de laatste drie treden op naar boven. En vandaar liet ze zich langs de vlaggestok, die voor leuning diende, weer naar beneden glijden. „Jullie moeten natuurlijk vlug achter me aan komen, leerde Fien. „Anders hang je aan dat touw in de lucht te zweven. ^

Sophietje zette haar kinnetje omhoog. Van die klimmast had ze katoen! „Ik doe het niet, zei ze. „Ik wil een ander spelletje spelen. Een gewoon. Schooltje!"

„Wie speelt er nu schooltje in de vacantie!

Sluiten