Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik ga naar boven," zei Alida.

„Ja, ik heb dorst," pruilde Sophietje.

Er zat voor Fien niets anders op, dan maar weer met haar visite naar boven te gaan. En het fluitje van Peter had ze nóg niet gehoord. Misschien is hij wel weer met zijn vader mee naar de veiling, dacht ze. Ze was blij, dat ze het hondje ten minste veilig op de zolder had gebracht. Verbeeld je, dat ze dat eens voor dat uurtje op haar eigen kamertje had gestopt!

„Wat is dat nu ?" vroegen de twee moeders van het drietal. „Nu al terug ?"

„We hebben zo'n dorst," klaagden Sophietje en Alida.

„En wat hebben jullie gespeeld ?" vroeg tante Cor.

Toen zei Sophietje, dat gemene kind: „Siberische gevangenen en buitenlandse reis."

„Wat zijn dat nu voor spelletjes ?" vroeg moeder.

Alida deed verslag van de knoet en de touwen en van het klimmen op de ladder.

„Goede hemel, jullie doen ook altijd iets ondeugends, als Fien erbij is," riep tante Cor uit.

„Dat is niet waar," riep Fien boos. „Ze wilden niets spelen. We hebben nog helemaal niets gedaan."

„Kom, we moesten maar eens gauw een glaasje limonade drinken," zei moeder sussend.

Daar zaten ze dan een ogenblik later als drie zoete kinderen met een rietje te zuigen. Tante Cor praatte. Maar Fien spitste haar oren naar de geluiden buiten. Waar bleef die Peter? Ze hoorde zijn fluitje maar niet!

In plaats van Peter kwam tante Fien aan. Ze reed op haar fiets en ze belde niet eens onder het raam. Helemaal onverwachts kwam ze binnenvallen.

.Goede hemel, wat een vergadering is het hier."

I

Sluiten