Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stam getrouwd is. Ik bel dadelijk bij haar aan en ik zeg: Geef op dat hondje, daar kan ik vijfentwintig gulden voor krijgen!"

„Vijfentwintig gulden maar liefst," riep tante Cor uit. De tweelingen luisterden met aandacht.

„Ik heb dat beest in mijn handen," ging tante Fien gezellig door, „ik sta daar met dat spartelende ding en ik zeg nog: Zo dadelijk gaat ie in mijn fietstas, want anders is hij weg, eer ik bij mevrouw de Ronde ben. En wat denk je, dat er gebeurt?"

Tante Fien wachtte en keek de kring rond. Fien kon niet anders dan terugkijken naar haar, al wist ze niet, hoe ze zich houden moest.

„Daar wordt er gebeld," zei tante Fien plechtig.

„En daar komen ze het hondje terughalen," riep Sophietje, die er helemaal in was.

„Mis," zei tante Fien. „Daar staan twee arme kinderen voor de deur."

„Bedelkinderen," zei tante Cor.

Moeder keek eens naar Fien. Ze dacht misschien wel: Waarom kleurt die Fien nu toch weer zo erg ?

„Bedelkinderen," beaamde tante Fien. „Zulke vieze kinderen als ik nog nooit heb gezien. Dat meisje — neen, je moest je dat meisje voorstellen! Ze had een veel te lange rok aan en een blouse met een scheur op haar schouder, en smerige losse haren, en een vieze zak op haar rug. Misschien had ze daar wel een marmot in."

„Een marmot," griezelde Alida.

„Of twee marmotten," zei Sophietje.

„Of drie! Wat jij, Fien?" vroeg tante Fien. Fien knikte stom. Ze vroeg zich af, of tante Fien haar nu verklikken ging of niet!

„Wat heb jij toch ?" vroeg moeder.

Sluiten