Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ze heeft medelijden met die arme kinderen," zei tante Fien vlug. „Maar ik had dat niet, hoor! Want daar ging me dat Troeletje te keer tegen die twee kinderen! Ik kon hem van het keffen haast niet vasthouden. Hij krabbelde zich dan ook los en nam de benen. Ik kreeg geen kans om hem terug te halen. Want, verbeeld je, die twee kinderen gingen er achteraan!"

Fien haalde diep adem.

„Misschien wisten ze het ook wel van die vijfentwintig gulden," waagde ze eindelijk te zeggen.

„Zou je dat denken?" vroeg tante Fien. Ze keek haar nichtje zo eigenaardig aan.

„Misschien waren ze wel heel erg arm." Fien verbeterde zichzelf. „Misschien was die jongen wel heel arm," zei ze met nadruk. „Misschien had hij die vijfentwintig gulden wel graag voor zijn moeder."

„Zou je denken?" vroeg tante Fien weer. Ze keek de kleine Fien nu heel vriendelijk aan.

„Ik geloof het vast," zei Fien ijverig.

„Als die jongen zo arm was, zal het meisje het ook wel geweest zijn," vond tante Cor.

„O, dat hoeft helemaal nog niet," zei tante Fien. „Maar het gekke van het geval is, dat mevrouw de Ronde nog niets gehoord heeft van het hondje. Ik ben zoëven bij haar geweest en haar oude pensiongast is nog altijd in zak en as over het arme dier."

„Hebt u haar nog iets verteld van die kinderen, tante?" vroeg Fien ademloos.

„Neen, waarom zou ik?" Tante Fien lachte nu ronduit tegen haar petekind. „Ik denk, dat die mevrouw het besterven zou, als ze wist, dat twee zigeunerkinderen haar hondje meegenomen hadden in een vieze zak."

Dus dat had tante Fien ook gezien! Ze moest hen

Sluiten