Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nagefietst zijn. O, o, wat kleurde die Fien! En toch was ze blij! Peter kon veilig met het hondje naar mevrouw de Ronde gaan. Niemand wist er iets van af, dat tante Fien het 't eerst had gevonden. O, kón ze nu maar naar Peter toegaan. Waarom was die jongen toch niet gekomen? Ze wist zeker, dat ze zijn fluitje niet had gehoord.

„Kom, we gaan eens opstappen," zei tante Cor. „Fien, heb je geen zin om mee te lopen met Sophietje en Alida?"

„Neen, tante, liever niet," wilde Fien zeggen.

Moeder was haar voor. „Dat doet Fien vast graag," zei ze. „Wat een geluk, dat je je nu juist zo netjes hebt aangekleed vanmiddag."

„Ik ben altijd wel netjes aangekleed," bromde Fien.

Het was bijna een uur lopen naar tante Cor, ten minste voor gewone mensen. Tante Cor, Sophietje en Alida deden er wel anderhalf uur over. Die haastten zich niet. Fien liep al die tijd aan Peter te denken. Zolang ze nog op de gracht was, keek ze telkens om. Ze was ervan overtuigd, dat Peter zou komen, zodra ze haar hielen had gelicht. En dan zou hij denken: Wat onaardig van Fien om niet op me te wachten. Ze kon toch wel begrijpen, dat ik mijn vader helpen moest. Peter zou vast niet begrijpen, dat zij, Fien, met een tante en een paar nichtjes uit wandelen was gegaan. Zoiets zou een jongen als Peter vast nooit doen. Ze luisterde bijna niet, als tante wat tegen haar zei. En tante was juist erg vriendelijk. Ze bleef voor alle winkels stilstaan, waar iets moois was uitgestald. Sophietje en Alida hielden erg van winkels kijken. Fien niet. Die deed dat alleen tegen Sint Nicolaastijd.

„Neen, tante," zei Fien beslist. „Ik ga niet mee naar binnen. Het is nog zo'n eind terug."

Sluiten