Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze liep regelrecht op Peter's huis aan. Ze zou het aan zijn moeder vragen. Misschien — misschien was Peter ook wel thuis. Ze schoot met een vaartje op de winkeldeur toe. Toen kreeg ze een schok. Ze had gedacht, vlug naar binnen te kunnen wippen en daar was de deur op slot. Een jongen met een mager, wit gezicht, die er uitzag of hij van de morgen tot de avond dreinde, kwam naar haar toegelopen. ,,Moetü in de groentewinkel zijn?" vroeg hij. „Die is de hele middag op slot. Mijn moeder wou er ook heen gaan. Ze wou eens horen. ..."

Fien luisterde niet naar wat Joop Martens van zijn eigen moeder te vertellen had. Ze vond hem een engen jongen en ze besloot niet naar hem te luisteren.

„O, dank je wel," zei ze. „Ik kom nog wel eens terug."

Joop keek haar verbaasd na. Hij had nog nooit een meisje gezien, dat niet nieuwsgierig was!

Diep in gedachten liep Fien terug. Wat moest ze nu doen? Het hondje kalm in het huisje laten ? Eten had het genoeg in de zak. Maar als een ander het eens vond ? Als die enge man er eens terugkwam, dien ze 's middags ook had gezien ? Vast hield die niet van honden.

Ze besloot Tommie weg te halen. Ja, ze zou hem alleen naar de oude mevrouw brengen. Daar zou ze om de vijfentwintig gulden vragen en die bracht ze dan regelrecht naar Peter's moeder. Die zou even verbaasd kijken! Ze zou misschien wel gaan huilen en zeggen: „Och, och, en ik dacht net: Hoe moet ik vanavond boterhammen voor m'n kinderen kopen! Moeten die arme bloedjes dan zonder eten naar bed? O, o, o, daar heeft de heilige Antonius voor gezorgd!"

Ja, het was best mogelijk, dat de heilige Antonius de hand had in dit hele geval. Hoe langer Fien er over dacht, hoe zekerder ze daarvan werd. Iemand moest toch

Sluiten