Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkelijk met haar ogen stijf dicht. Ze kreeg een kleurtje op haar wangen.

„Van de koorts," zei moeder.

,,Van het slapen," zei tante Fien.

Nu Fien zo gehoorzaam was gaan slapen, vond tante Fien, dat ze werkelijk naar Peter toe moest gaan. Ze nam beneden uit de winkel boter mee en een paar flinke worsten. Als tante Fien iets deed, gebeurde dat nooit half.

Ze dacht, dat ze de winkel dicht zou vinden, juist als Fien een paar uren geleden.

Ze vond de winkel open. En ze moest wel 'n keer of wat de bel laten klingelen, eer er iemand achter haar hoorde. Ja, daar achter die winkel was het een leven als een oordeel. Het leek, of er wel twintig kinderen waren, waaronder minstens tien jongens. Die schreeuwden allemaal: ,, Vader, vader! Vader, ben je daar weer? Moeder, daar is vader weer! Vader, vader, vader!"

Die vader moet wel tureluurs worden, dacht tante Fien. Hij is zeker naar Amerika geweest!

Eindelijk kwam er een jongen van een jaar of elf, met slordig geel piekhaar en een halve vuile blouse om de deur kijken.

„Hallo, ben jij Peter?" vroeg tante Fien.

Peter knikte van ja. Hij kon geen antwoord geven, want hij kende tante Fien niet en hij vertrouwde de vriendelijkheid van die vreemde dame maar half.

„Ben jij de vriend van mijn nichtje Fien ?" vroeg tante.

„Ik ben geen vriend van meisjes," zei Peter kort. „Maar ik ken Fien uit de kruidenierswinkel."

„Juist, die bedoel ik. Ze had een boodschap voor jou."

Peter was niet erg nieuwsgierig naar die boodschap.

Sluiten