Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op dit ogenblik dacht hij alleen aan zijn vader, die zo onverwacht was vrijgelaten.

,,Door een wonder," zei vader.

„Dank zij de hulp van Sint Antonius," meende moeder. Zij had dadelijk een kaars aangestoken voor het beeld van den goeden heilige, toen vader, na lang aan zijn eigen deur gerammeld te hebben, zo maar binnen kwam stappen.

Wat was er gebeurd aan het politiebureau ?

Vader had op moeten geven, voor wien hij de gesmokkelde waar reed. En vader kon alleen maar zeggen, dat een kleine man met een bult hem het werk had gegeven en er hem voor betaald had.

„Hoe heet die man?" vroeg de commissaris.

Dat wist vader niet.

„Waar woont hij ?" vroeg de commissaris.

„Dat weet ik niet," zei vader weer.

Hij wist het echt niet. Maar de commissaris dacht, dat hij het alleen niet wilde zeggen.

„Je zult hier moeten blijven, totdat we dien man hebben opgepakt," zei hij.

Vader was alleen achtergebleven in een afgesloten kamer. Daar had hij de hele dag zitten piekeren over dit moeilijke geval. Hij wist, dat de kleine man slim was. Die zou zich wel goed verstoppen voor de politie!

En daar vanavond.... bleek hij zo maar gepakt te zijn. De politie had hem gevonden in een onbewoonbaar verklaard huisje, onder aan de Vest.

„In óns huisje!" riep Peter. „In ons padvindershol!" En hij was daar zo groots op. Het leek wel, of hij vader had teruggebracht!

Vader wist niets over Fien te vertellen. De commissaris had tegen hem niet over het gevonden meisje gesproken.

Sluiten