Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kom eens wat dichter bij," zei tante Fien.

Dat deed Peter.

„Vertel me eens," vroeg tante, „heb jij vanavond boter op je boterham gehad ?"

„Ik heb nog geen boterham gehad," zei Peter stug.

„Maar je moeder heeft toch zeker wel graag boter ?" vroeg tante Fien. Ze maakte haar pakje los en ze stalde haar waren uit op de toonbank. Peter keek — één ogenblik. Toen holde hij naar achteren.

„Moeder, hier is een dame, die boter brengt en worst, van den heiligen Antonius."

„Wat praat je nu ?" Moeder kwam naar voren gelopen. Ze was moe van het lange wachten op vader. Haar ogen waren rood, omdat ze wat gehuild had en ze liep nog steeds in haar werkschort, omdat ze heus geen lust had gehad, zich aan te kleden vandaag. Toch zag tante Fien dadelijk, wat een goede, lieve moeder zij was.

„Mijn kleine nichtje zei, dat u dit alles wel zou kunnen gebruiken," zei tante Fien, terwijl ze naar de inhoud van haar pakje wees.

Moeder kwam naar de toonbank toe. Ze legde haar handen groot en breed over de etenswaren.

,,'t Zou verkeerd van me zijn, als ik zei, dat het niet zo was," zei ze. „Ik heb er de hele dag over gepiekerd, wat ik de kinderen vanavond moest geven. Ach, ach, de tijden zijn toch zo moeilijk."

„En uw zoontje wilde nog wel zo hard voor u werken." Tante Fien keek eens lachend naar Peter.

„Wat heeft die jongen weer uit willen halen ?" vroeg moeder.

„Iets met een hondje...." begon tante. „Hij wilde het van mij niet horen en daarom moet ik het wel...."

Sluiten