Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nu, jij bent óók een eerlijke vinder," zei mevrouw. ,,En wat wil je doen met dat geld ?"

„Aan mijn moeder geven," antwoordde Peter. Hij keek daarbij mevrouw de Ronde zo open in de ogen, dat die dacht: Ja, de jongen zal het doen. Zijn moeder kan dat geld vast goed gebruiken. En eerlijk is eerlijk, de prijs is ervoor uitgeloofd.

Ze nam Peter mee naar de mooie voorkamer. Daar zat de oude dame, van wie Tommie zo lang geweest was, in haar hoekje bij de schemerlamp te lezen. Misschien keek ze wel eens naar het lege zijden kussen. Misschien had ze die avond wel twintig keer gedacht: Wat was het toch gezellig, toen mijn Troeletje daar zat! Ze gaf een gilletje, toen Peter het hondje op tafel zette.

„Troeletje!" riep ze uit.

Keffe, woef, deed Tommie terug.

„Hij is het werkelijk," riep de oude dame. „Och, wat is hij blij, dat hij mij ziet. Ik heb hem nog nooit zo horen blaffen."

Dat hebben wij hem geleerd, dacht Peter. Hij bleef netjes stilstaan, tot mevrouw de Ronde de prijs voor hem gevraagd had. Vijfentwintig gulden! Hij kreeg ze dadelijk. „Eerlijk is eerlijk," zei ook de oude dame.

Peter holde terug naar huis. Zo lang had hij nog nooit achter elkaar hard gelopen. Hij draafde, hij sprong, het leek wel, of hij de koerier van den czaar zelf was. Wel, hij was nog veel meer. Hij was een jongen, die zijn moeder rijk ging maken!

In de Dirklangedwarsstraat stond Joop Martens. „Hela, zit jouw vader nog in de gevangenis ?" riep die deugniet. Peter verwaardigde zich niet hem aan te kijken. Wat gaf hij om de praatjes van zo'njongen? Hij moest naar huis. Hij moest moeder dat geld laten

Sluiten