Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nietwaar! En eindelijk hielp hij mee met verhuizen. Dat was nog het allerprachtigste. De goede oude Tony zou met de goede oude groentewagen de meubelen overbrengen.

Vader klom op de bok. Maar Peter zat telkens achterop. Hij moest toekijken, dat er geen jongens meereden. Ja, hij moest heel de Dirklangedwarsstraat telkens en telkens weer afkijken. Hij moest naar de torenklok kijken en naar het muurtje van de oude kerk. Hij moest naar Freek van den schoenmaker kijken, die in zijn rolstoel buiten voor de deur zat en voor niets anders dan voor de verhuizing belangstelling had. Hij moest naar de kleine kinderen kijken, die rondtolden op de stoepen.

Ik heb hier toch maar fijn gewoond, dacht Peter. En nu ga ik hier toch maar fijn weg!

En hij floot, in zijn hoogste tonen en met zijn langste uithalen:

„We gaan verhuizen, wie gaat er mee."

Bij het pakhuis stond Fien. Haar voet was weer beter.

„Zeg, we blijven nu zeker altijd vrienden?" vroeg ze.

,,'t Zal niet gaan," zei Peter, „daar heb ik nu geen tijd meer voor!"

EINDE

Sluiten