Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE HOOFDSTUK

Een Ontmoeting.

Wie den gewonen weg volgt van El Paso del Norte over den Colorado-rivier naar Californië, komt even voor hij de hoofdstad van Arizona, Tucson, bereikt, in een groot dorp, dat Xavier del Bac heet en niets anders is dan een in 1668 gesticht missiehuis, met een aantal daaromheen gebouwde woningen.

Het missiehuis zelf is een prachtig bouwwerk en de menschen, die er bij wonen zijn allemaal Indianen, die zeer vredelievend zijn en, in tegenstelling met andere Indianenstammen, op goeden voet leven met de blanken. Dat was zoo, maar gedurende de vele jaren zijn daar vele blanken gekomen, die in een beschaafder omgeving niet geduld kunnen worden, doch die hier in Xavier del Bac volkomen veilig zijn, daar er vanzelfsprekend in een dergelijk klein dorp veel te weinig politie is, om de hand te kunnen houden aan de wet, die hier dan ook door ieder in eigen voordeel uitgelegd wordt. Het gebied is te groot en de bevolking te arm, om een voldoende bewapend en bereden politiecorps te kunnen handhaven en dus waren er in de dagen, dat ons verhaal speelt, meer boeven dan fatsoenlijke menschen.

Van die boeven, die het land onveilig maakten en de reizigers, die erdoor trokken, beroofden, zooal niet vermoorden, waren de Finders wel de bekendste en tevens de meest gevreesde. De Finders waren steeds met hun twaalven en hun aanvoerder heette Buttler.

Onder de Papago-Indianen, die het dorp bewoonden, had zich sedert eenigen tijd een Ier gevestigd, die alras bekend stond als iemand, met wien men nu eenmaal liever niet omgaat. Zijn practijken waren verre van fair en wie met hem te doen had, trok immer aan het kortste eind. Hij was van hetzelfde slag als de zoo berucht FINDERS en het duurde dan ook niet lang of die beide partijen hadden elkaar gevonden: de FINDERS kwamen bij den Ier drinken en de Ier kocht en verkocht de door het 12-tal geroofde en gestolen voorwerpen. De Ier had een z.g. Hotel, maar het was niets anders dan een ellendige hut met één achterkamer en de dranken, die hij aan te bieden had, bestonden uit niets anders, dan uit de allerslechtste soort jenever, „brandy", en whisky, die voor een normaal mensch niet te verdragen was. Zelden had hij dan ook ander bezoek dan het rond-

De petroleumkoning 1*

Sluiten