Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Neen, alleen wat oud brood en....

— Nu, en?

— En nog wat maiskolven, maar die moeten eerst nog gebakken worden.

— Nou, dan moet die negerin van je maar aan het bakken slaan.

— Dat zal ze.

— Mooi, dan zullen we zelf wel voor versch vleesch zorgen.

— Zoo? En ik dacht, dat jullie niets te pakken hadden kunnen krijgen.

— Laat dat maar aan ons over.

— Bij mij is niets van dien aard te vinden.

■— Nee, .maar wij weten wel, waar we dat halen moeten.

— Wat is het dan?

— Een os.

— Een os? Waar haal je dien dan vandaan?

— Die hebben we onderweg ontdekt.

— Een tamme zeker, want wilde ossen moet je hier in de buurt vergeefs zoeken.

— Ja, een trekos.

— Waar heb je dien dan?

— Die komt vanavond aan, met een stel wagens.

— Een personenstoet?

— Ja, vier wagens met een stel kerels van niks erbij en zestien ossen.

— Zijn jullie die tegengekomen?

— Ja, of liever, voorbijgereden.

— En komen die vanavond bier aan?

— Ja.

— Maar jullie zult hier in mijn huis toch wel....

— Hoor eens, vader laat dat aan ons over.

— Goed, maar ik heb liever, dat mijn huis niet in een dergelijke zaak gemengd wordt.

— Natuurlijk niet; wij weten onze vrienden wel te verschoonen van verdachte handelingen.

— Maar het is toch immers gevaarlijk hier dien stoet te overvallen?

— Dat is het ook, daarom laten we hen voorloopig met rust, tot ze Tucson gepasseerd zijn en dan grijpen we hen.

— Dus die os moet hier eerst betaald worden en dan komt het geld later wel weer terug?

— Hoe kom je nou zoo dwaas te denken, dat we hun geld gaan geven voor dien os? We wachten, tot zij vanavond gelegerd zijn en dan pikken we er ééntje.

— Zou dat niet gevaarlijk zijn?

— Welnee, ik denk, dat die lui ons niet al te lastig zullen zijn. Er zijn vier ossedrijvers en dat waren nogal tengere wezens, die we niet eens meerekenen. Verder waren er twee jonge ruiters en een Scout, die die menschen als gids hebben gehuurd. Die scout is alleen te vreezen, maar met ons twaalven zullen

Sluiten