Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Waarom?

— Omdat niemand jou kan zien, zonder in lachen uit te barsten.

— Prachtig, dat is dus veel beter dan met jou, want wie jou ziet, zou bitter willen huilen om zooiets treurigs. Jy bent beklagenswaard, beste Will, arme kerel.

Zoo ging het gesprek voortdurend maar door en de beide mannen zaten elkaar maar steeds in de haren, zonder zich in het minst kwaad op elkaar te maken.

De derde, die tot nu toe gezwegen had, strekte zijn lange beenen uit en zei, terwijl hij zich diep in zijn kraag terugtrok:

— Die knapen kijken maar hierheen en steken de koppen bij elkaar en weten niet, wat ze van ons denken moeten.

— Des te beter weten wij, wat we van hen moeten denken, nietwaar, Dick Stone?

— Tja, ik denk wel, dat we een woorjde met hen te spreken zullen krijgen.

— Denk ik ook. En trouwens, niet alleen denken, maar wel degelijk zeker weten, dat we met hen nog een appeltje te schillen hebben, want het zijn dezelfde twaalf, die we tegengekomen zijn, niet?

— Ja, die de wagens naderden en de menschen uithoorden.

— Dat was toch verdacht, niet?

— Is het ook; heb jy wel eens van de FINDERS gehoord?

— Allicht.

— Wanneer dan?

— Toen jij er zelf over sprak.

— Ach, wat een greenhorn toch; en weet je nog, hoeveel Finders er waren?

— Twaalf.

— Juist, en hoeveel menschen zitten hier?

— Zestien, lachte Will.

— Nee, ik bedoel, zonder ons erbij.

— Oh, dan dertien.

— Haal dien waard eraf, stommerd!

— Zou hij dat goedvinden?

— Wat?

— Dat ik hem eraf haal?

— O, o, wat een greenhorn! Heb je het in de gaten, dat hier twaalf man zitten, terwijl de Finders met hun twaalven zyn?

— Ja.

— Eindelijk! Dus?

— Dus zijn dit de Finders?

— Waarschijnlijk wel, hun aanvoerder moet Buttler heeten.

— Dat zullen we dan wel gauw genoeg hooren.

— Er zal er wel dadelijk eentje op ons afkomen, want ze zitten zoo nieuwsgierig te loeren....

— Dat zal hun leelyk bekomen.

— Waarom? Wou je grof worden?

— Ja, en een beetje erg ook.

Sluiten