Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Is dat zoo gek?

— Ja, met een geweer

— Neen, met een blaaspijp.

— Met een.... hoor jullie dat? Met een blaaspijp!!

Weer brulde hij het uit

— Nou, dat is toch hetzelfde; mikken is mikken

— Zoo? En hoever kun je dan treffen?

— In ieder geval zoo ver als de kogel draagt.

— Bijvoorbeeld tweehonderd pas?

— Best.

Dus zoo ver als die hut daar; zou je dien kunnen tref-

fen?

— Die hut? zei Sam beleedigd, die kan een blinde raken. Wou je dan zeggen, dat het doel kleiner moet zijn?

— Yes.

— Hoe groot dan?

— Zoo groot als mijn hand.

En zooiets denk je te kunnen treffen met die spuit van

jou?

Yes.

— Onzin; de loop barst bij het eerste schot en als die dat niet doet, dan is hij in elk geval zoo krom als een hoepel geworden.

— En toch is het zoo. Wedden?

— Goed, wedden! Jullie hebt geld bij je; hoeveel zetten we?

— Zeg het maar.

— Eén dollar?

— Best.

Dat is dus afgesproken: we zullen echter niet naar die

hut schieten, anders wordt de bewoner kwaad.

— Neem mijn huis maar, zei de Ier,

De waard nam nu een papier van de grootte van een hand en hing dat aan een zijkant van zijn huis. Buttler telde 200 schreden af en allen gingen mee, om te genieten van dezen zoo

ongelijken wedkamp.

Er werd nu geloot, wie het eerst moest schieten en Buttler

begon. . . Hij nam zijn geweer van den schouder en mikte slechts

even, toen drukte hij af: er was een gat in het papier.

Nu was Sam aan de beurt. Met zoo ver mogelijk achteruit staande kromme beenen, wat een erg belachelijk gezicht was, mikte hij een zeer langen tijd. Allen stonden zich blauw te lachen. Eindelijk knalde het schot: Sam vloog met gekke bokkesprongen opzij en voelde bedenkelijk aan zijn hoofd. Het geweer had hij laten vallen. Het lachen groeide tot een uitbundig gejoel.

Wat is er gebeurd? Heeft dat geweer je een klap gegeven?

— Ja, ik heb een klap op mijn ooren gehad.

— Het schijnt dus gevaarlijker voor jezelf te zijn dan voor anderen. Vooruit, dan gaan we kijken of hij getroffen heeft.

Sluiten