Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gat was wel niet in het midden, maar hij had toch het papier weten te treffen.

— Bravo!! Een meesterschot! riepen al zijn kameraden om het hardst.

Nu kwam Sam weer aan de beurt. Hij richtte maar kort en.... na het schot stieten allen een kreet van schrik en verontwaardiging uit, want.... de kogel was precies midden in den roos geplant!

Dick kwam met het geld op Sam toeloopen en zei:

— Vooruit Sam, pak aan, anders krijg je het niet!

— Och, dan zou ik het later toch van hem hebben teruggenomen.

Buttler was buiten zichzelf van woede.

— Een vervloekt geluk heeft die vent! Zooiets is nog nooit voorgekomen!

Sam deed alsof hij er erg verwonderd over was en Buttler was zoo kwaad, dat hij bijna ruzie wilde maken, om het geld weer terug te hebben Maar hij bedacht zich en zei alleen een paar hatelijkheden tegen Sam en zijn makkers en wilde weggaan, omdat hij overtuigd was, toch vroeg of laat het geld van hem terug te nemen.

Maar daar klonken voetstappen en... . Sam's muildier kwam om den hoek.

Buttler, die juist dien hoek om wilde gaan, stootte zijn hoofd tegen den kop van het dier en hij gaf het dan ook een stevigen vuistslag tegen den kop en riep:

— Leelijk beest! Blijf waar je bent! Is me dat een dier! Een echte kleermakersrijdier, hahaha Daar gaat geen fatsoenlijk mensch op zitten!

— Juist, alleen is het maar de vraag, om welke reden niet!

Dat had Sam gezegd; Buttler keerde zich kwaad om:

— Waarom niet? Natuurlijk omdat ieder dat beest schuwt om zijn viesheid.

— Makkelijk zeggen: Uit viesheid, wanneer men er te bang voor is.

— Hoezoo? Hoe bedoel je dat? Wou jij soms beweren, dat men dien smerigen luis van jou niet zou kunnen berijden?

— Dat zou ik niet durven beweren; maar wel, dat alleen een zeer goed ruiter hem berijden kan.

Buttler keek Sam dreigend aan en dreunde:

— Wou jij soms beweren, dwerg, dat ik geen goed ruiter ben, dat ik op jouw stinkdier niet vooruit zou komen?

— Dat heb ik heelemaal niet bedoeld, meneer, hoewel het zeer te bezien staat, dat gij er na een minuut nog op zit.

— Ik? De allerbeste ruiter tusschen San Francisco en New Orleans? Je bent volslagen gek!

Sam bekeek hem nieuwsgierig van het hoofd tot de voeten en vroeg toen ongelovig:

— U? De beste ruiter? Dat kan ik niet gelooven. Daar zijn Uw beenen te lang voor.

Sluiten