Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iets te weten te komen. Mary volgde hem weer als een trouws

— Dus U componeert, meneer de organist emeritus?

— Ja, dag en nacht.

— Wat? . ,

Een groote opera in twaalf acten, iederen avond vier.

— Iets beroemds dus?

Ja, zooiets als de Nibelungen, maar dan niet van Richard

Wagner, maar van mij. TTT , . TT

— Kon U dat niet thuis componeeren? Waarom bent U

daarvoor naar Amerika gekomen?

— Omdat ik hier op zoek ben naar helden.

— Naar helden?

ja. Ik ben de ingevingen van mijn schutsgodin gevolgd

Ik volg liever de ingevingen van mijn verstand.

— Omdat U geen begenadigde bent.

— Wat is dat?

— Dat ben ik.

— Waarom hebt U helden noodig?

— Omdat het een heldenopera wordt.

— En wie zijn die helden?

— Ach, die kent U toch niet.

Dat denk ik ook niet. Maar waarom zoekt U hen hier?

Omdat er in de omgeving van Dresden iemand woont,

die bij de gratie Gods een vriend van my is en die HobbleFrank heet, en die

— Hobble-Frank? Woont die daar? En die kent U?

— Ja, is dat zoo gek? Hij is kort geleden nog bij me geweest.

— Neen, maar is het....

— Ja, kent U hem ook?

— Nou, en of! Vertel verder!

— En die heeft me op dergelijke helden opmerkzaam gemaakt

— Zoo? En wie zijn dat dan?

— De één is een Apachenhoofdman, die Winnetou heet en de ander is een stel blanke prairie-jagers, die Old Shatterhand en Old Firehand heeten. Kent U die soms ook?

— Dat zou ik meenen, hihihiü! Ik wil U wel vertellen, dat ik U, zooveel als U maar wilt, over hen kan vertellen.

— Ja?

— Natuurlijk; genoeg om er wel twintig opera's over te schrijven.

— Prachtig, Hobble-Frank heeft me alle avonturen verteld, die hij met hen beleefd heeft, maar als U mij nog anderen kunt vertellen, dan heel graag

— Best, ik zal U meer vertellen, dan U gebruiken kimt. Maar zei U niet zooeven, dat Hobble-Frank weer met U samen kwam?

— Ja, tenminste, dat vermoed ik.

Sluiten