Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schmidt voelde zich nu gedrongen om zijn excuses aan te bieden:

— Hoor eens, Mr. Falke, ik zie nu wel in, dat ik me in het eerst schromelijk vergist heb. Wilt U mij vergeven?

— Ja, wat graag, want ik vind het heelemaal niet prettig, ruzie met een landgenoot te hebben.

— Dat doet me genoegen. En nu ik merk, dat U hier wel bekend bent, mag ik U ook vragen, of U niet een zekere Sam Hawkens kent?

— Dat zou ik denken: die ken ik maar al te goed.

— Wie is dat dan?

— Dat ben ik zelf!

— Allemachtig, dan had Schi-So toch gelijk!

— Zeker, dat had hij.

— Maar dan spijt het me nog meer, wat ik allemaal tegen u gezegd heb.

— Dat is nu vergeven en vergeten.

In dien tijd waren ze aan het kamp gekomen, waar de vrouwen en kinderen nog wakker waren en in angstige spanning de mannen zagen aankomen.

Er volgde een wijle van kennismaken en vooral de jonge Indiaan was erg verheugd, den woudlooper te zien.

Het gesprek kwam weer op de Finders en Sam vorderde van het gezelschap, dat het onmiddellijk zou opbreken.

— Waarom? vroeg nu opeens een dame, die tot dusverre rustig had zitten luisteren en aan Sam was voorgesteld als mevrouw Rosalie Ebersbach.

— Omdat het zoo in mijn plan te pas komt.

— Maar zoudt u dan niet eens met uw plan te voorschijn komen?

— Zeker, maar ik denk, dat een dame, als u bent, daar toch wel niet veel interesse voor zal hebben.

— O, nee? Hoor eens, mannetje, ik zal je eens wat zeggen; wie heeft hier te beslissen?

— Nou, ik denk....

— Niks te denken, IK, versta je wel, IK heb hier alles te zeggen. IK vertel, wat er gebeuren moet. Wie is het, die alles betaald en bekostigd van deze reis?

— Tja....

— IK, meneertje, IK alleen, dus naar mijn wil zal ook alles gebeuren.

— Oh.

— En wat wilde je nu voorstellen?

— Als de zaken zoo staan, dat u de leider bent van het gezelschap, dan wil ik wel tegen u zeggen, wat het beste is, om van die roovers af te komen.

— Moeten we daar dan afkomen?

— Niet soms?

— En ze zijn al door u vastgebonden?

— Ja.

Sluiten