Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik wel, dan komen de mooiste gedachten tot mij.

— En wanneer slaapt u dan?

— Wanneer ik slaap krijg.

— Dus ook wel eens overdag.

— Neen, zelden, want ik ben te zeer in mijn muziek verdiept, dan dat ik me aan een banale slaap zou overgeven.

— Gelukkig, dat niet iedereen er zoo over denkt.

— Een muzenzoon is niet iedereen.

— Nee, dat merk ik nu wel. Maar die vrouw, wie is dat eigenlijk?

— Dat is Frau Ebersbach.

— Ja, dat weet ik ook nog wel, maar ik bedoel, wat voor mensch is het en wat doet zij hier?

— Zij is een weduwe, erg rijk en erg muzikaal....

— Oh, ook al muzikaal?

— Is dat vreemd?

— Ziet ze niet naar uit. Wat voor muziek maakt zij?

— Trekharmonica.

— Hè? Trekharmonica?

— U zult het misschien gek vinden, dat een vrouw harmonika speelt, maar dat is een toeval, want die vrouw was, toen zij jong was, een meisje, dat erg muzikaal was. Haar man had een café-dansant en de muziek, die erbij was, kostte een heeleboel geld. Op het oogenblik, dat de dancing heelemaal aan het verloopen was, nam zij zelf de touwtjes in. handen, leerde harmonika spelen en weldra had zij het zoo geanimeerd gemaakt, dat het weer erg druk werd, drukker dan voorheen en de muziek maakte zij zelf, dus die kostte niets, daar ze de vorige muziek hadden weggestuurd. Nu werd er geld als water verdiend, daar de menschen ver uit den omtrek daarhenen kwamen om te dansen en het duurde niet zoo heel lang of het café moest gaan uitbreiden. Nu verkocht de weduwe het voor een goeden prijs en toen, ja....

— Nu, wat gebeurde er toen?

— Toen is zij gaan hertrouwen en heb ik haar overgehaald om naar Amerika te gaan.

— U?

— Ja, ik.

— Hebt u haar overgehaald om naar Amerika te gaan?

— Zeker.

— Hoe kon u dat?

— Heel gemakkelijk. Zij heeft groote achting voor mijn kunnen en nu kon ik haar ergens heen brengen, waar ze zelf ook erg graag heen wilde.

— Ze ziet er anders niet erg naar uit, dat ze zich door u ergens laat heenbrengen.

— Och, ze is wel gauw boos en driftig, maar onmiddellijk daarna is ze weer goed ook en dan kan men haar om zijn vinger wikkelen.

— Ik heb er tot dusver niet veel van gemerkt.

Sluiten