Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zien. Je komt zeker een vergunning vragen om hier op te treden?

— Juist, dat is ook zoo en u zult mij erbij helpen, als ik mij niet vergis.

— Helpen? Waarmee?

— Met de uitvoering, waar u het over had.

— Zeg, weet je wel, dat ik de plaatsvervangend commandant ben van dit garnizoen en dat je me niet voor zoo'n potsenmaker behoeft te verslijten als jijzelf bent.

Sam liet zijn welbekend gegrinnik hooren, maar zweeg.

Hij trok een stoel naderbij en ging zitten, zonder zich verder !ian den kapitein te storen. Deze wilde juist woedend opstuiven, toen Hawkens met een allervriendelijkst gezicht vroeg:

— Hebt u wel eens van het Klaverblad gehoord, kapitein?

— Klaverblad? Welk Klaverblad bedoelt u?

— De drie prairiepagers, als ik me niet vergis.

— Ja, dat Klaverblad ken ik

— Weet gij, wie het zijn?

— Zeker, Dick Stone, Will Parker en Sam Hawkens.

— Prachtig. Dus gij hebt van hen gehoord. Dat doet mij genoegen. Weet u misschien ook, dat Sam Hawkens in den laatsten oorlog Scout is geweest?

— Ja, bij Generaal Grant.

— Weet gij, hoever hij het geschopt heeft?

— Ja, zei de kapitein, al meer en meer verwonderd, door zijn list en dapperheid is hij Kapitein geworden.

— Juist, zei Sam.

— Maar wat heeft dat met U te maken?

— Meer dan U denkt, meneer. In ieder geval meer dan met U, want toen die Sam Hawkens Kapitein was, wist U nog niet hoe een uniform er uit zag. Het Klaverblad bevindt zich in de stad hier.

— In Tucson?

— Ja meneer. En Sam Hawkens de Kapitein honoris causa der V.S. is zelfs in deze kamer.

— Hier? In deze kamer? vroeg hij.

— Ja.

— Maar dan dan stotterde hij verlegen. Bent U deze

Sam Hawkens?

— Ja, als ik me niet vergis.

— Donders, Sam Hawkens? U?

De kapitein greep Sam met beide handen bij de schouders en deed verheugd verwonderd.

— Zeker, waarom zou ik het niet zijn.

— Omdat omdat tja, U ziet er niet bepaald als een

officier uit!

— Dat is juist wat vele menschen vergeten. Men is officier, dus een heer, niet naar kleederen maar naar zijn innerlijk. Waarom moet een officier er netjes uitzien? Kleeding is een kwestie van smaak. Wie mij voor smakeloos wil houden, kan zijn gang gaan, zoolang ik het maar niet hoor, maar wie het

Sluiten