Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij in het gezicht durft te zeggen, moet zich in een tweegevecht met mij wagen om te zien wiens kogel het beste doel treft.

Deze woorden werden op zeer veelbeteekende en dreigende toon gesproken en dat maakte ondanks den eerst zoo belachelijken figuur van Sam Hawkens een diepen indruk op den Kapitein.

Deze weerde met de hand af en trachtte verzoenend te zeggen:

— Och meneer, waarom moeten collega's elkaar neerschieten?

— Waarom moeten collega's elkaar uitschelden?

— Vergiffenis kameraad.

— Hier is mijn hand. U heeft het recht om het mij kwalijk te nemen, maar ik verzoek U mij te willen verschoonen, daar ik U in het geheel niet kende.

— Zoo mag ik het liever hooren.

— Zij gaven elkaar de hand en Sam vertelde de wederwaardigheden van den laatsten dag.

De kapitein hoorde opmerkzaam toe en geraakte meer en meer in spanning, daar hij de Finders als beruchte boeven kende.

— Wat een prachtkans voor mijn promotie, wanneer dat werkelijk de Finders zijn, riep hij uit.

— Dacht U soms dat Sam Hawkens zich vergistte?

Met een knipoog had Sam dat gezegd en de kapitein wreef zich vergenoegd de handen.

— Maar waarom hebt U hen niet dadelijk meegebracht toen zij geboeid waren?

— Omdat wij geen bewijzen hadden.

Hij legde den officier alles uit en nu sprak de officier:

— Helaas meneer Hawkens ik ben hier vrijwel alleen achtergebleven met een zeer kleine bezetting, volgens mijn instructies mag ik mij niet uit de kazerne verwijderen en ook zijn er geen manschappen om mee te geven.

— Niet een?

— O jawel, maar niet veel.

— Hoeveel?

— Ten hoogste twintig man en een officier.

— Maar dat is genoeg. Ik dank U.

— Wanneer dat zoo is zal ik U graag terzijde staan met raad en manschappen, maar dan wil ik eerst weten hoe Uwe plannen zijn.

— Dat zal ik U snel even uitleggen.

— Bent U er zoo zeker van dat de Finders U volgen zullen?

— Zoo zeker als twee maal twee vier is.

— Maar dan zien zij dat U hier bij mij bent en zullen lont ruiken.

— Neen, want zij zullen het wel uit hun hoofd laten, zich in Tuckson te laten zien, daarop heb ik gerekend.

— En U zei dat ze U volgen zouden.

— Zeker, maar zij omrijden Tuckson en zoeken ons spoor weer op, wanneer wij hier vertrokken zijn.

— En dan?

Sluiten