Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Dan zullen zij ons achterhalen, besluipen en overvallen.

— Maar dat is te gevaarlijk voor u.

— Geenszins; een open gevecht levert te veel moeilijkheden en kans op gewond te raken.

— Dus?

— Zij wachten den nacht af en overvallen het kamp wanneer allen slapen; dat is voor hen de veiligste manier om ons uit de wereld te helpen en om in het bezit te geraken van onze eigendommen.

— Maar wanneer ze dat nu eens anders aanleggen?

— Dan heet ik geen Sam Hawkens meer, want ik weet zeker, dat het zoo zal gaan.

— Goed, maar hoe wilt u hen dan grijpen, wanneer ze u in den nacht overvallen?

— Wanneer gij Sam Hawkens beter kende, dan zoudt u zulke dingen niet vragen. Ik besluip hen en weet precies, wanneer zij te grijpen zijn, maar, denk erom, mondje dicht; alleen wij twee en de luitenant weten van onze plannen.

— Goed.

— Kent u de plaats, waar de Guadeloupestraatweg in den weg naar Babasaqui uitkomt? En kent uw luitenant die ook?

— Ja, die kennen wij beiden.

— Des te beter. Daar houden wij ons nachtleger, daar is water voor de trekdieren en daarheen zendt u die luitenant met zijn twintig man. Maar laat hem parallel met den weg erheen gaan, zoodat de Finders zijn sporen niet zien. Wij volgen later, en slaan op die plaats ons leger op, dan verstoppen de soldaten zich en wij wachten op den aankomst van de Finders.

— Maar zullen ze u vinden wanneer het donker is?

— Wij steken een zeer groot vuur aan.

— Dan bent u een prachtig mikpunt voor hun kogels.

— Neen, want dan zijn wij er niet.

— Wanneer niet?

— Wanneer de Finders aankomen.

— Maar dat zien zij toch?

— Neen, nietwaar. 1 " -

— Hoe kan dat dan?

— Well, zij zullen eerst een verkenner uitzenden om te zien of wij alleen zijn en dan zal die verkenner teruggaan en de overigen gaan halen.

— O, en in dien tijd vlucht u.

— Vluchten? Ja, we gaan bij het vuur vandaan, maar we verstoppen ons en hebben in dien tijd de soldaten erbij gehaald, zoodat we de Finders kunnen grijpen.

— Alleen zou ik wel eens willen weten, wanneer gij om dat vuur zit, hoe weet ge dan, dat de verkenner er is en wanneer hij weggaat?

Sam klopte den kapitein op de schouders en zei:

— Laat dat nou maar aan Sam Hawkens over, hè?

— Maar kent u het terrein wel goed?

Sluiten