Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Je had hem onmiddellijk zijn geld moeten geven, want nu hebben we den heelen dag nog last van hem.

— Mooi van je gedacht, maar als ik hem nu ontslag had gegeven, dan zou hij onmiddellijk uit wraak naar de Finders gegaan zijn, om met hun hulp zich op ons te kunnen wreken; dan had hij ons heele plan in duigen gegooid en dan was er van de vangst van de Finders niets terecht gekomen.

— Dat is zoo, ja, daar heb je weer gelijk in, ouwe jongen.

Ook Dick vond, dat Sam goed gehandeld had.

Op dit oogenblik zag men de 20 soldaten voorbijrijden. De soldaat, die de inlichtingen was komen halen, was er ook bij en men zag hen aan, dat zij flinke mannen waren, die voor geen klein geruchtje vervaard waren.

De wagens met de ossen ervoor bleven echter nog langen tijd staan, want eerst tegen den middag konden zij vertrekken, daar ze tegen den avond aan het afgesproken punt moesten wezen.

Toen nu eindelijk den tijd daar was, om op te breken, zette de stoet zich in beweging, maar het ging toch maar heel langzaam, want de ossen haastten zich in het geheel niet en de menschen hadden al evenmin haast.

Gedurende den geheelen weg keek Sam zorgvuldig uit naar sporen van de soldaten, maar er was absoluut niets van te zien. Blijkbaar was er een kundig officier aan het hoofd.

Vele mijlen hadden zij afgelegd, toen het terrein eenigszins ruwer begon te worden. Hier en daar lagen groote brokken steen en weldra werden die stukken steen zoo veelvuldig gevonden, dat men wel van bezaaid mocht spreken. De steenen, die overal verspreid lagen, waren zeer zeker wel zoo groot als een flinke tafel of een boekenkast en later werden die steenen nog grooter, zoodat men gerust achter die brokken kon verschuilen, zonder ooit kans te loopen, gezien te worden.

Van een geregeld gebruikten weg was heelemaal geen sprake, dus kon men met die ossewagens slechts zeer langzaam vooruit komen. Maar, daar was op gerekend. Het was niet zoo heel ver weg, en men had ruim tijd uitgemeten voor den overtocht.

Op een gegeven oogenblik werden de kiezel- een steenhoopen zoo groot, dat Sam er met een vinger naar wees en zei:

— Kijk, dit hier is nu een juweel van een plaats voor die mannen om zich te verstoppen. Zij weten net zoo goed als wij, dat daar verderop een bron is, en een gezelschap met paarden en ossen zal altijd een bron opzoeken om water voor de dieren bij de hand te hebben. Daarom zullen zij wel hier achter neer strijken, om van hier uit te verkennen, waar we eigenlijk zitten. Let maar eens goed op.

Inderdaad had Sam een beetje gelijk, toen hij dat beweerde, want hij wees tevens een zeer mooi plekje aan, waar die mannen hun paarden konden wegzetten, zonder dat iemand de dieren kon zien.

— Wat denk je, Sam, zullen ze niet gauw achter ons aan zijn?

Sluiten