Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Dat heb jij toch altyd.

— Weet je, beste Will, hoe je het moet aanleggen, om altijd gelijk te hebben?

Ja.

— Wat dan?

— Je moet heelemaal niets zeggen.

— Ja, 't is waar, maar dat bedoel ik niet.

— Wat bedoel je dan?

— Ik wil zeggen, dat men om steeds gelijk te hebben, steed# iets moet zeggen, dat waar is.

— Dat is nogal eenvoudig.

— Ja, vind je zelf niet? Dan heb je alleen maar het tegendeel te beweren, wat een greenhorn vertelt.

— Ach, wat een mop! Maar dan weet ik het goed gemaakt: ik geef jou nooit meer gelijk, dan heb ik altijd gelijk.

— Goed zoo, je leert het al aardig om hatelijk te zijn, maar mijn meester ben je nog lang niet.

— Ach nee, Sam, als ik je meester was, dan zou ik me moeten schamen, dat ik niet meer van je terecht had kunnen brengen.

Nu tuurde Sam naar de kim en ja, daar zag hij iets. Het waren de Finders; ongetwijfeld, want het waren 12 ruiters. Zij hielden inderdaad op de steenhoopen, die Sam had aangewezen, aan en stapten er af.

— Nou, heb ik geen gelijk gehad?

— Zooals altijd immers.

— Dus dan heb je nu toch ongelijk, terwijl je van plan was, me steeds tegen te spreken. Hihihihihi!!!!

Zij zagen, dat de 12 mannen een schuilplaats zochten achter de steenen en Sam vond het nu tijd om op verkenning uit te gaan, daar het straks donker zou worden. Zij hadden tusschen steenen door liggen kijken, maar de Finders konden hen nooit zien, omdat zij daarvoor te ver weg waren de Finders hadden geen kijkers, maar het klaverblad, zoo landlooperig het er ook mocht uitzien, wel.

Dick Stone zou achterblijven om de zaak in het kamp in de gaten te houden en te zien, dat de instructies van Sam Hawkens werden opgevolgd. Will Parker daarentegen moest met Sam meegaan om samen uit verkenning te gaan.

— Kom mee, we zullen geen tijd meer verliezen, anders wordt het te donker.

Will en Sam verlieten dus het kamp en waren al spoedig zoover weg, dat geen van de menschen in het kamp kon zeggen, waar zij waren. Sam had dezelfde laarzen aan als steeds, maar toch hoorde men hem niet loopen, op geen enkele meter afstand. Dat hij het met die zware laarzen klaarspeelde, was ieder een raadsel, want Sam was berucht om zijn geruischlooze sluipen.

Trouwens, Sam wist, wie hij meenam en zij drieën werden niet voor niet het beroemde klaverblad genoemd, want ook Will deed het als geen ander. Hij volgde volkomen zonder eenige

Sluiten